Ooievaarsdorp "De Graverij" Akmarijp

De Ooievaar

De ooievaar (Ciconia ciconia) is een grote vogel uit de familie ooievaars (Ciconiidae) uit de orde van de ooievaarachtigen (Ciconiiformes). Het verenkleed is voornamelijk wit met op de vleugels nog wat zwart. Volwassen exemplaren hebben lange rode poten, een lange puntige snavel en zijn gemiddeld 100 tot 115 centimeter van bek tot het einde van de staart. De vleugelspanwijdte bedraagt 195 tot 215 centimeter.

De ooievaar als trekvogel

Ooievaars zijn van nature trekvogels die in de periode van maart tot in september in Nederland en andere Noord-Europese landen verblijven. Om te overwinteren trekken ze in het najaar naar verschillende landen in Afrika, waar ze leven van sprinkhanen en grasrupsen. De trektocht ondernemen de ooievaars zoveel mogelijk in groepen, waarbij de jongen eerder vertrekken dan de oudere vogels. Omdat ooievaars een hekel aan vliegen hebben proberen zij zoveel mogelijk te zweven door gebruik te maken van opstijgende warme lucht. Hiermee sparen zij energie en kunnen de tocht overleven.

Voor de terugtocht naar Noord-Europa hebben de ooievaars opnieuw reserves nodig en die proberen ze aan te leggen door b.v. veel sprinkhanen te eten. Als er in Afrika een sprinkhanenplaag is geweest tijdens hun verblijf dan overleven meer ooievaars de terugtocht, die zeker niet zonder gevaren is.

Nesten bouwen en broeden

De mannetjes die het eerst terugkomen in Nederland, maken een begin met het bouwen van een nest. Als de mannetjes hun nestplaats hebben uitgezocht, bakenen ze hun territorium af door te klepperen. Hiervoor gooit hij zijn kop achterover en slaat de twee snavelhelften tegen elkaar. Als enkele dagen later het vrouwtje komt begroet hij haar op dezelfde manier en probeert hij haar naar zijn nest te lokken door te baltsen. Ze maken grote takkennesten op daken, schoorstenen of nestpalen. De ondergrond moet vlak zijn.

Als de vrouwtjes komen, maken ze samen het nest af. De buitenkant bestaat uit een grote hoeveelheid takken en kan wel een doorsnee hebben van 1,5- en een hoogte van 1 meter. De binnenbekleding maken ze van gras, hooi, mos en ander zacht materiaal. Tijdens het bouwen van het nest paren de ooievaars.

Ongeveer enkele dagen tot weken later legt het vrouwtje 3 tot 4 eieren (maximaal 7). Het broeden gebeurt bij toerbeurt. Na een ruime maand (33 dagen) komt het eerste ei uit. Nu kan het voeren en opvoeden beginnen. Het voeren doen beide ouders met het braaksel van de door hun gevangen prooien.

Registratie en verzorging

Als de ooievaars jongen ± 40 dagen oud zijn worden ze op de ooievaars geringd en geregistreerd. Dit kan niet veel later omdat ze na ± 43 dagen beginnen met vliegoefeningen. Dan wordt het voor de vrijwilligers te gevaarlijk om ze te vangen. Na ongeveer 8 weken verlaten de jongen het nest en kan het grote avontuur beginnen. Ongeveer 2 weken later zijn ze geheel zelfstandig en blijven ze niet meer bij hun ouders.

Tijdens de periode dat ze leren vliegen worden de donsveren vervangen door het mooie zwart-witte verenkleed. Het duurt nog eens twee jaar voordat de poten en snavel rood zijn gekleurd.

Meer informatie

Deze opvallende vogel heeft aanleiding gegeven tot vele legendes in zijn verspreidingsgebied, waarbij de meest bekende is dat baby's worden gebracht door de ooievaar.

Er is nog veel meer te vertellen over de ooievaar maar daarvoor verwijzen wij u graag naar de andere ooievaars buitenstations, de Stichting Ooievaarsresearch Knowhow (STORK) en de Vogelbescherming. Nederland.